Werkgever en werknemer kunnen een aantal maatregelen nemen:
Een werkgever moet vanaf een geluidsniveau van 80 dB(A) gehoorbeschermers beschikbaar stellen. Vanaf 85 dB(A) is een werknemer verplicht deze te dragen. Bij 87 dB(A) of een piekgeluid van 200 Pa moet een werkgever direct maatregelen nemen.
Een werkgever moet werknemers voorlichten over de risico’s van schadelijk geluid en over het dragen van gehoorbeschermers.
Vanaf een gemiddeld geluidsniveau van 85 dB(A) moet een werkgever maatregelen nemen om het geluid terug te dringen. Zo kan hij bijvoorbeeld stillere machines kopen of machines in geluidsisolerende kasten plaatsen.
Lukt het een werkgever niet om het geluid van de machine te verminderen, dan moet hij de lawaaiplekken duidelijk herkenbaar maken. In deze gehoorbeschermingszones zijn werknemers verplicht gehoorbescherming te dragen, ook als zij er maar gedurende korte tijd verblijven. Bovendien mogen er alleen personen komen die er voor hun werk moeten zijn.
Werknemers moeten ervoor zorgen dat zij niet te lang bij hard geluid werken. Staat een werknemer dagelijks bloot aan meer dan 80 dB(A), dan kan dat niet zonder gehoorbeschermers.
Een werknemer kan zijn gehoor regelmatig laten testen. Hij/zij kan minimaal een keer per vier jaar een periodieke gehoortest (audiometrisch onderzoek) doen op kosten van de werkgever.